One of us

Wie is de beste popzangeres, ooit?

Matthijs van Nieuwkerk duwt een microfoon onder de neus van zijn publiek, tijdens de eerste aflevering van de Top 2000, ondertussen het vijftiende seizoen. Ik hoor een heleboel namen, niemand die ik ken. Wat zou ik in die situatie antwoorden? Ik zou het niet meteen weten, maar ik zou uitroepen: Aretha Franklin! Om dan later te weten: Ik had Christine McVie moeten zeggen. Wat een wondermooie alt! Maar goed, Aretha Franklin is ook geweldig. Wie Matthijs géén goede zangeres vond, was Joan Osborne. Haar ene grote hit was “One of Us”. Wat als God gewoon één van ons was?

In april 2011 waren we in Parijs, ik weet niet goed meer waarom. Een uitstapje naar Beauvais, en naar de lichtstad, viel in het water omdat de oudste zoon ziek werk. Misselijk. We bleven heel de avond in het hotel, vlakbij de Rue St- Michel. Uitstekende ligging, een piepkleine lift. Vanop het balkonnetje keken we uit over de gezellige kerstdrukte in de straten onder ons. ’s Avonds toch even een korte wandeling gemaakt naar de Notre-Dame, zonder de kinderen. Een bezoek aan het Monetmuseum gelastten we af. ’s Anderendaags keerden we terug naar huis. Toen we langs de oevers van de Seine reden, en de kathedraal aan de rechterkant zagen, hoorden we dit liedje op de radio. What if God was one of us?  Just a slob like one of us? We hadden het erover – wat als we God zouden ontmoeten? Wat als hij gewoon één van ons was? Zomaar, iemand op de bus, zoekend naar de weg naar huis?

En toen zei ik: Wat een rare vraag. God is één van ons.

Nee, Osborne is geen Franklin, geen McVie. Maar het is een heel aardig nummer.

 

 

 

EENS/ERGENS 28 december 2011, Parijs.
Nikon D90. Om een mij onbekende reden is de resolutie van de foto’s bijzonder laag.
© Alle rechten voorbehouden.

 

 

Een bloem, ten afscheid

bloempje

 

2018 was een jaar van afscheid nemen, in meer dan één opzicht.

Eén afscheid, waarover het me niet moeilijk valt om erover te schrijven, is het ruimen van de graven van mijn grootouders. Einde concessie. Tijd om een hoofdstuk achter mij te laten. Voor de werken op het kerkhof begonnen, ging ik er vaak langs, en nam ik veel foto’s. Ik zag ineens wat ik nog nooit eerder had gezien: een onooglijk klein, fijn en wild wit bloempje, op het graf van mijn grootvader. Het bleek een soort postelein te zijn, dat zich had verspreid over de rij van gelijke graven, versierd met de tricolore vlag. Stond het er vroeger ook? Of was het nu komen aanwaaien, voor het afscheid van al die graven van de oudstrijders van ‘den grooten oorlog’? Het bibberde in de wind, en scherpstellen was moeilijk, maar de bewegingsonscherpte geeft een mooi cachet aan de foto. Alsof de herinnering moeilijk te vatten is.

Mijn grootvader praatte niet veel over ‘den oorlog’. Ik denk dat hij eens Boezinge vermeldde, en dat hij daar gelegerd was. Hij vond zichzelf geen held. ‘De helden liggen onder de grond,’ zei hij eens, maar ik twijfel aan mijn herinnering. Hij dacht er ook even aan om zich van de trap te gooien, om een been of een arm te breken, om toch niet weer naar het front te moeten. Hij heeft het niet gedaan. En dan denk ik aan die scène uit Paths of Glory. Wat een pijnlijke oorlogsfilm. Drie jongens zijn geëxecuteerd, shell shock. De soldaten hebben een vrije avond. De volgende dag moeten ze weer naar het front. Kirk Douglas laat ze nog even genieten voor ze straks weer de waanzin ingestuurd worden.

 

 

 

 

EENS/ERGENS 19 april 2018, ergens in het Gentse.
Samsung Galaxy S8 ISO 40, 1/116 s, F1,7
© Alle rechten voorbehouden.