
Als ik op reis een kerkhof zie, ga ik er graag eens binnen. Ik hou niet van de dood, maar de dood mag niet verdwijnen uit ons leven. In de dood zijn we allemaal gelijk, dus elk kerkhof voelt altijd wat vertrouwd aan. Harten, kaarsen, bloemen, de namen, gekerfd in steen of gedrukt op een gedenkplaat, het gemis, en de tijd, die de wonden heelt. In 2007 bezocht ik in de streek van Quéras, in de zuidelijke Alpen, een piepkleine begraafplaats, rondom de L’église Saint-Romain de Molines-en-Queyras. Waar je bij ons vooral heidekruid ziet rond de graven, zie je hier (aangeplante) edelweis-bloemen.
Antoine Martin en Suzanne Bellon overleden in 1895, het jaar van de affaire Dreyfuss in Frankrijk, op 48-jarige en 44-jarige leeftijd, regretté(e) de tous ses parents. Waren ze getrouwd?, zo vraag ik me af.
Op het einde van de negentiende eeuw bedroeg de gemiddelde leeftijd amper een jaar of veertig, maar de leeftijd waarop de meeste volwassen mensen stierven, was toch wel ongeveer zeventig jaar. De ouders van Antoine en Suzanne leefden nog toen hun kinderen overleden, en hun verdriet zal wel niet minder groot geweest zijn als wanneer iemand heden ten dage een kind verliest. Of wel? Ik beeld me in dat de dood vroeger wel een stuk gewoner was dan heden ten dage. De middeleeuwen werden, volgens historicus Johan Huizinga, gekenmerkt door de felheid van het leven, maar evenzeer door de dood, die altijd en overal aanwezig was, zoals in de vele danses macabres die de mensen herinnerden aan de vluchtigheid van dit aardse leven.
Antoine en Suzanne overleden in hetzelfde jaar als Louis Pasteur, de chemicus die ontdekte dat wat de mensen ziek maakte, vaak micro-organismen waren. Zijn onderzoek leidde tot vaccins en ‘pasteurisatie’, wat de levensverwachting van de mensen sterk deed toenemen. Zelf overleed hij op 72-jarige leeftijd, maar hij wist dat hij door zijn werk eeuwige roem zou vergaren. In 1851 schreef hij in zijn dagboek: “[…] ik sta op het punt geheimen te doorgronden en de sluier die ze bedekt wordt almaar dunner. De nachten zijn me te lang, maar ik klaag niet. Het voorbereiden van mijn colleges kost me geen moeite en ik kan mij vaak vijf dagen per week helemaal aan het laboratoriumwerk wijden. Madame Pasteur berispt me dikwijls, maar ik stel haar gerust door te zeggen dat ik haar naar roem zal leiden.” (Wikipedia)
Voor de twee jong-overledenen in dit minuscule bergdorp rest ons niet meer dan dat waartoe de gelovigen worden opgeroepen: een ‘de profundis’, of Psalm 130, bidden: Du fond de l’abîme je t’invoque, ô Éternel! Seigneur, écoute ma voix! Que tes oreilles soient attentives à la voix de mes supplications!
Eens: Dinsdag 24 juli 2007
Ergens: L’église Saint-Romain de Molines-en-Queyras, Frankrijk
Camera: Canon PowerShot G3
© Alle rechten voorbehouden






