Loop en hoop

Half vijf, het is een onmenselijk vroeg uur, maar mijn innerlijke wekker liep vijf minuten vóór op de echte wekker. Buiten was het zeven graden, met een regen die de dappersten van de straat veegt.

Bij Willem Elsschot was het november, en hij worstelde met de beginzin van Het Dwaallicht. ‘Het was beslist een hopelooze Novemberavond, met een motregen zonder respijt, die ook de dappersten van de straat veegt’. Uiteindelijk werd het: ‘Een ellendige Novembermaand, met een motregen die de dappersten van de straat veegt’ (*).

Moet dat nu, vroeg ik, moet het nu regenen? Nu, in april, ‘the cruellest month’? Is het niet genoeg dat het vroeg is, donker en koud? En toen dacht ik: Zo is het goed. Ik vertrok voor enkele rondjes in de Blaarmeersen, de groene long van Gent, waar veel vrijwilligers zich inzetten om geld in te zamelen voor het kankeronderzoek, en om de kankerpatiënten, ‘de vechters’, een hart onder de riem te steken.

Zoals een flagellant, of geselbroeder (waar ik geen enkele verwantschap mee voel) zich het lijden van Christus probeert eigen te maken door zichzelf te geselen, zo mocht ik wel eens iets ervaren van het lijden van wat een kankerpatiënt ervaart, die bovenop zijn ziekte nog tal van andere ongemakken erbij krijgt – pijn, ontstoken gewrichten, misselijkheid, braken, buikloop, uitvallende nagels, haaruitval, hoofdpijn, en zoveel meer. Is zijn ziekte nog niet genoeg? Moet het nu ook nog regenen, en koud zijn?

Wel ja, soms mag dat. En wie, zoals ik, enkele rondjes loopt en wandelt, weet dat hij straks een warm bad mag nemen, en een dutje mag doen. In de gedachte dat hij niet meer heeft gedaan dan zeggen dat hij denkt aan wie vecht tegen kanker.

(*) Elsschot: leven & werken van Alfons de Ridder, door Vic van de Reijt.

EENS: 28 april 2019
ERGENS: Blaarmeersen, Levensloop Gent
Camera: Galaxy S8

© Alle rechten voorbehouden.

Holy food!

Soms denk ik, diep vanbinnen, dat ik misschien wel wat conservatief ben. Ik heb niets tegen verandering, maar ik weet wel: nieuw is niet altijd beter. Maar soms besef ik ook wel dat mijn vasthouden aan het vertrouwde een af te keuren eigenschap is. Neem nu een plek waar ik graag kom: de stadsbibliotheek in De Krook. Een mooi gebouw, vind ik nu. Toen je daar de kranten kon lezen op de vierde verdieping, zat ik er vaak tussen de studenten die hier kwamen zoeken naar een inspirerende studieomgeving. Daardoor was het er zo stil. En nu is het hoekje voor de krantenlezers verplaatst naar het gelijkvloers, vlak naast het Krookcafé. Moest dat nu? De nieuwe bibliotheek is meer dan een plek waar boeken staan, het is, zo herhaalt men keer op keer, een beleveniscentrum. Dus als je nu een krant leest, zit je gezellig in de drukte en – soms – tussen joelende kinderen, want joelende kinderen tot de orde roepen, dat hoort ook niet meer, zelfs niet in een bibiotheek. Kijk, daar zie je weer de conservatief in mij.

In een ver verleden, in de jaren zeventig en tachtig, was de Openbare Stadsbibiliotheek gehuisvest in de Ottogracht, dicht bij Sint-Jacobs. Ik fietste er vaak naartoe. De bibliotheek was toen nog géén beleveniscentrum. Je ging naar de balie, en je vroeg een boek, en na wat wachten kwam er iemand terug met wat je had aangevraagd. Je kon er geen kranten lezen, laat staan een café latte drinken. Maar er waren wel boeken. En fichebakken.
Johan Daisne was hoofdbibliothecaris in Gent van 1945 tot 1977. Hij heette eigenlijk Herman Thiery, en stamde uit een adellijk geslacht dat afkomstig was uit het departement Aisne, in het noorden van Frankrijk. Hij geniet nog enige bekendheid als de auteur van De trap van steen en wolken, en van De man die zijn haar kort liet knippen, maar het magisch realisme is nu wat uit de mode. Heel soms kon je hem in de bibliotheek zien, en hij zag eruit wat hij was: een bibliothecaris.

Naast het neo-classicistisch gebouwtje waarin de bibliotheek gehuisvest was, had je de Baudelokapel, en het is in deze kapel dat in 1765 de achtjarige Wolfgang Amadeus Mozart op het (toen) nieuwe orgel speelde van de abdij van de cisterciënzers. Wolfgang, zijn zusje Nannerl en papa Leopold logeerden in het schuttershof van de Sint-Sebastiaansgilde op de Kouter (naast het huidige operagebouw). Papa Leopold schreef in één van zijn reisschriftjes “à Gent / Logé à St: Sebastien. Auf dem Parade Platz./ auf dem Turm die Statt übersehen. Den Carillon betrachtet, und ein paar kürchen [sic] / besehen.” (Bron) Gent was toen beroemd voor zijn carillon in het belfort. Opvallend: het schuttershof waar de Mozarts logeerden bestaat nu niet meer, maar de bibliotheek verhuisde precies daar naartoe, in 1980, in een gebouw dat nu een vestiging is van de Standaard Boekhandel.

Toen de bibliotheek in 1992 naar De Zuid verhuisde, vroeg ik me af: Moest dat nu? Ik vond dat een bibliotheek thuis hoorde in het centrum van de stad, ook al was het gebouw lelijk en te klein. De bibliotheek was tot 2017 gehuisvest in ‘het propagandacentrum’ van de Electriciteits-, Gas- en Waterdiensten (E.G.W.) van de stad Gent. Het woord propagandacentrum werd toen – we spreken van de jaren vijftig – zonder blikken of blozen gehanteerd. Toen dat gebouw in 1986 handen kwam van EBES (nadien Electrabel, dan Engie), trok de stadsbibliotheek erin. Het duurde een hele tijd voor ik kon wennen aan de nieuwe locatie, maar uiteindelijk vond ik het een leuke plek. En toen de plannen voor De Krook bekend raakten, dacht ik: Alweer verhuizen – moet dat nu? Maar kijk, ik ben nu gewend aan De Krook, en de koffie en de boterkoeken smaken er heerlijk. En als je een boek of CD zoekt, vind je vast wel iets op de computerterminal.

Toen ik laatst De Krook uitstapte, wou ik nog eens gaan kijken naar de bibliotheek mijner jeugd. In mijn tijd, en dat zijn drie woorden die men in de mond kan nemen als men de jaren des verstands heeft bereikt, welnu, in mijn tijd, moest je de trappen van een neoklassiek portaal opgaan. Op het fronton staat nog altijd: OPENBARE STADSBIBLIOTHEEK. Dan moest je naar rechts, door een eerder smalle, maar hoge dubbele deur. Ik had er als jonge knaap geen besef van dat ernaast een kapel lag, en dat een piepjonge Mozart hier ooit op het orgel speelde. De vleugel van de bibliotheek, die is nu dicht, maar nu is er een deur gemaakt naar de Baudelokapel. Nu vind je daar de Holy Food Market, met tal van eettentjes – Napolitaanse pizza, de keuken van Lissabon, een plek waar rundsvlees de specialiteit is, en een oester-en-champagnebar. Een kapel waar je kan eten en drinken… vroeger zou ik misschien gedacht hebben: Moet dat nu? Moet alles nu altijd anders? Maar nee, het ziet er best gezellig uit, vind ik. En die bouchotmosseltjes, die moet ik er eens proberen, want zeg nu zelf, waar vind je dat nog?

Wie weet ben ik toch niet zo conservatief.

EENS: 11 april 2019
ERGENS: Baudelokapel, Beverhoutplein, Gent
Camera: Galaxy S8

© Alle rechten voorbehouden.

De uitvreter

En ’t water klotste en rees en daalde, en door de nacht schoof de zon die je niet zag door ’t Noorden. En t’ laatste licht van den dag schoof mee door ’t Noorden en werd ’t eerste licht van den nieuwen morgen. Zoo raakte de eene dag aan den anderen, zoals dat in Juni altijd is.

     Voor de aarde was de zaak eenvoudig genoeg. Die draaide maar om z’n as en vervolgde z’n baan om de zon en had er geen weet van. Maar de menschen erop tobden met moeite en zorg en veel verdriet door de dagen, alsof ’t zonder die moeite, die zorg en dat verdriet geen avond zou worden.

Nescio, De uitvreter (1911) 

 

Op het einde van zijn eerste roman (eerst gepubliceerd in De Gids in 1911) laat Nescio zijn hoofdfiguur Japi, ‘de uitvreter’, van deze wereld stappen, in datzelfde, eenvoudig-grootse proza:

Op een zomermorgen rond half vijf, toen de zon prachtig opkwam, is hij van de waalbrug gestapt. De wachter kreeg hem te laat in de gaten. “Maak je niet druk, ouwe jongen,” had Japi gezegd, en toen was i er afgestapt met zijn gezicht naar het Noord-Oosten. Springen kon je het niet noemen, had de man gezegd, hij was er afgestapt.
Op zijn kamer vonden ze een stok die van Bavink had gehoord en aan de muur zes briefjes met G.v.d. er op en een met ‘Ziezoo’.
De rivier is sedert naar het Westen blijven stromen en de menschen zijn blijven voorttobben. Ook de zon komt nog op en iederen avond krijgen Japi zijn oude lui het Nieuws van den Dag nog.
Zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven.

 

Eens: zondag‎ ‎13‎ ‎juli‎ ‎2014 19:47
Ergens: Mykonos

© Alle rechten voorbehouden