‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.’

Bram Vermeulen zong dat hij een steen had verlegd in een rivier. “Het water gaat er anders dan voorheen.”. Voor Bram Vermeulen was het het bewijs van zijn bestaan.

“Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten,
Ik leverde ’t bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
De stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.”

Frank Vander linden, De Mens, zong over Jeroen Brouwers, die een boek schrijft. In Bezonken rood schrijft Brouwers: ‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.’ Zoals een wind die in een tuin de bomen nog in beweging brengt, ook als de wind is verdwenen. Hij had iets genoteerd in een aantekenboekje, dat hij meer dan tien jaar later terugvond. Toen besefte hij: ‘De wind’, dat is: iemands leven.

Zoals ik pas laat begreep dat De moeder de vrouw van Martinus Nijhoff over de dood ging. Twee overzijden, die elkaar vroeger schenen te vermijden, worden weer buren. Door de brug kwam een schip varen, en op dat schip, een vrouw. Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Op de Lofoten hadden wandelaars enkele stenen op elkaar gelegd. Ik legde er nog één bovenop, op de stapel rechts op de foto. Ik leverde het bewijs van mijn bestaan.

Een oud-collega is overleden. Mag ik hem mijn vriend noemen? Ik zag hem laatst tien maanden geleden. Zijn ziekte had hij al verschillende jaren de baas kunnen blijven, maar ze was teruggekomen, en dat kon je goed zien. Maar hij bleef optimistisch. Een dag na zijn overlijden schreef ik hem een mailtje, zeggende dat augustus en september zo druk waren, maar nu was er weer wat ruimte – wanneer kunnen we nog eens afspreken, in de Cru, of bij hem thuis? Helaas, ik was te laat, veel te laat. De dag voordien overleed hij. Nochtans fietste ik regelmatig langs zijn appartement, en dan dacht ik aan hem, maar zomaar aanbellen, zonder eerst even af te spreken, dat durfde ik toch niet. Ik had het toch beter gedaan.

Nu is hij heengegaan, en bekijk ik zijn foto, zoals ik hem mij herinner, met een zachte, vriendelijke glimlach. Hij was bedrijfspsycholoog, en hij was het die mij nog screende tijdens een sollicitatiegesprek, 34 jaar geleden. Wat me toen meteen opviel, waren zijn verzorgde uitspraak en zijn warme stem, toen zo uitzonderlijk als nu. Veel later bracht het lot ons samen in dezelfde afdeling, en het was een voorrecht om met hem samen te werken – intelligent, kritisch, maar immer, immer positief.

Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Ik moet zijn hand geschud hebben, 34 jaar geleden, maar hij heeft me op andere manieren aangeraakt. Telkens als ik iets moois zie – de grootsheid van de natuur, de schoonheid in mensen, de ambiance van een stad, het genot van mooie muziek, een lekkere maaltijd – zal ik even aan mijn oud-collega denken. En zijn glimlach voor mij zien. Hij heeft een steen verlegd in de rivier.

EENS: 7 augustus 2019
ERGENS: Fredvang, Kvalvika Beach
Camera: Galaxy S8

© Alle rechten voorbehouden.