
Een kort verhaal, want tijd is een kostbaar goed, en ik heb ook niet zoveel te vertellen.
Laatst was ik in de Gentse bibliotheek, De Krook. Ik ging naar een lezing, maar ik had me een week vergist. En dan bedacht ik dat ik maar eens Toergenjev moest lezen, dus haalde ik er Vaders en zonen.
Toen ik aan de bib kwam, had ik hem zien zitten, een bedelaar op de voetgangersbrug tussen het Woodrow Wilsonplein (beter bekend als ’t Zuid) en De Krook. Terwijl ik tussen de rekken boeken liep, tussen ‘Romans’ en ‘Informatica’, dacht ik aan die bedelaar. Het was een nieuwkomer – gewoonlijk zit er iemand die mij meer een professionele bedelaar leek, maar die man was anders. Hij zag er eigenlijk zeer netjes uit, met een ringbaardje. Het was koud en hoewel het niet regende, was het vochtig en guur, en ik denk dat zeker dan niemand voor zijn plezier voor een bakje zit te zitten, met daarnaast een tekst ‘Dakloos’.
Zou ik hem een aalmoes geven? Was hij het slachtoffer van de harde, neoliberale samenleving, iemand die tussen de mazen van het sociale vangnet was gevallen? Iemand die getroffen was door brute pech? Of was het een klaploper, iemand die zelf schuld had aan zijn bedelaarsbestaan, want is niet iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen lot, zoals sommigen denken? En ook: met een aalmoes help je even één bedelaar, maar misschien houd je het probleem wel mee in stand?
Toen ik wegreed, met de fiets, had ik beslist: ik geef hem wat ik in mijn jaszak vind, een stuk van twee euro. En ik zou hem aanspreken met ‘goedemiddag’. Misschien zou hij me dan vragen waarom ik hem aansprak, en ik zou dan zeggen: “Omdat ik u gezien heb.” Want is dat niet het ergste voor een bedelaar, dat iedereen hem voorbijloopt, door hem heenkijkt? Zodat de passanten niet geplaagd zouden worden door de vragen die ik mij nu stelde? Of is het anders – zou de bedelaar zich niet schamen, en heeft hij dan liever dat men hem niet aankijkt?
Ik gooide het muntstuk in zijn lege bakje. Even was ik bang dat het eruit zou stuiteren, en de Ketelvest (of is het de Reep?) inrollen, maar ik denk te veel, denk ik.
De man zei: “Dank u”, op een manier die bij zijn verschijning paste: waardig en netjes. Ik had in mijn hoofd een zeer aangenaam gesprek gehad met een bedelaar.
EENS: 22 november 2019
ERGENS: Gent, De krook
Camera: Samsung Galaxy 8





