
Facebook diept, soms ongenadig, herinneringen op. ‘We hope that you enjoy looking back on your memories’. Deze foto, gepubliceerd vijf jaar eerder dan 25 mei 2020, is zoals vele herinneringen, zoet en wreed tegelijk.
Ik liep aan bij mijn ouders, met mijn oudste zoon, ‘op het onverwachts’ zoals we zeggen. Ik vermoed dat het gesprek ging over Lieven Tavernier, neef van mijn vader, en liedjesschrijver en zanger. Hij zong over ‘de Cuba’, een lapje grond in Zevergem, waar de blauwe reigers traag overvliegen. ‘Weet je wat,’ zei mijn vader, ‘wij gaan er eens heen’. Mijn moeder was slecht te been, dus zij bleef thuis, in dat huis waar mijn ouders gelukkig waren, en dat toch niet mijn ouderlijk huis was. Mijn vader ging zoals hij was, in zijn comfortabele trainigspak, en op pantoffels. Niet lang daarna zou mijn moeder overlijden. Mijn vader drie jaar later.
‘Dit is de Cuba’, zei hij, toen we een stukje privéweg waren opgelopen, en wat ik zag, leek een stukje paradijs aan een oude Scheldearm. Grootvader, zoon en kleinzoon, op stap op het onverwachts.
Rutger Kopland (1934-2012) – Wil het ooit weer iets worden
Niets bleef over van het oude
buiten, van tuinen, van gras
waar ooit iets gebeurd moet zijn.
Wil het ooit weer iets worden
dan zal ik het zo moeten opschrijven
dat ik niet meer hoef
te zoeken, maar kan huilen.
(Dank aan Jan Van Duppen)
EENS: 18 april 2015
ERGENS: Zevergem


