
Niet dat ze zeer gelovig was. Ongetwijfeld grootgebracht in een (zeer) groot en christelijk nest – mijn overgrootmoeder moet zowaar elk jaar van haar vruchtbare leven in blijde verwachting geweest zijn – maar dan bekeerd tot ‘de socialen’, zoals ze de socialisten noemde. Maar toch – toen mijn grootvader overleed, stond ze aan zijn doodsbed, en hoorde ik haar zeggen: ‘Tot later’.
Nu is zowel het graf van Marie als van Petrus geruimd, zoals dat heet, na het aflopen van de concessie, en de afdruk van haar foto (genomen op haar vijftigste huwelijksjubileum) gaf ik een plaatsje in mijn tuin, achter de bloeiende courgetten en pal in het bijenhotel. Vandaar houdt ze mij, een beetje monkelend, in het oog. Haar man, en het stenen kruis van zijn oudstrijderssgraf, staan wat verderop.
Aan alle Maries, Maria’s en Marijkes: een fijne feestdag gewenst!