
Mary, Mary, quite contrary,
How does your garden grow?
With silver bells, and cockle shells,
And pretty maids all in a row.
In 1976 sloot Joe Walsch’ Pretty Maids All in a Row de populaire Eagles-LP Hotel California af. De tekst verwijst naar een oud Engels kinderrijmpje, vermoedelijk om het einde van een verhaal te markeren. Een beetje zoals: ‘En toen kwam er een varkentje met een lange snuit’ bij ons.
Het liedje van The Eagles is een licht-melancholische mijmering over ouder worden, over het verlangen naar een tijd van onschuld: Why must we grow up so fast?
Hi there how are ya?
Been a long time
Seems like we’ve come a long way
My but we learn so slowAnd heroes they come and they go
And leave us behind
As if we’re s’posed to knowW-h-y oh tell me w-h-y…
Why do we give up our hearts to the past?
And why must we grow up so fast?(…)
And the storybook comes to a close
Gone are the ribbons and bows
Things to remember places to go
Pretty maids all in a row
Rond deze tijd – dit jaar een twee weken later dan vorig jaar, zo hoor ik – staat overal in Gent de Japanse sierkers (kerselaar) uitbundig in bloei. Sommige gemeenten moeten er niet van weten – een vulgaire exoot – en op sommige plaatsen wordt hij zelfs gerooid. Maar voor mij hoort deze exoot hier thuis: bij mijn weten woekert hij niet, verdringt hij geen inheemse soorten, en biedt hij ons, inboorlingen, een uitbundig genoegen als hij bloeit (toegegeven, buiten de bloei is het toch wat een saaie boom).
Toen ik een jaar of tien was, liep er op het Sint-Jan-Berchmanscollega de actie ‘Plant een boom’. Ik bestelde twee exemplaren. Zelf woonde ik in een appartement, maar mijn grootouders hadden een tuintje, en de boompjes kleurden dit elk jaar vrolijk op. Die boompjes staan er nu niet meer, zo zie ik: Gone are the ribbons and bows.
In Gent was er enkele jaren geleden deining omdat de Japanse kerselaars van de Charles de Kerchovelaan moesten wijken voor een extra rijstrook op de ring. Toen schoot Joni Mitchell ter hulp:
Don’t it always seem to go
Big Yellow Taxi, 1970
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
De bomen werden geveld, maar de extra strook kwam er niet, en het Japanse minipakje werd heraangelegd; nieuwe bomen werden geplant.
De mooiste, volwassen Japanese kerselaars vind je nu in de Muynckstraat, en als ze bloeien trekken ze veel fotografen – en jonge meisjes – aan. Ik zag een Oosters uitziende jonge vrouw volop selfies nemen met een iPad, en even dacht ik haar voor te stellen dat ik een foto van haar zou nemen, maar ja, corona en zo, en ik wou nu ook geen #MeToo-hashtag aan mijn been. Misschien heeft ze wel Japanse roots, dacht ik, en stuurt ze nu een fotootje naar haar familie, zeggende: Kijk, we hebben hier ook een hanamifeest, ook hier vieren we wanneer de kerselaars in bloei staan, en gedenken we hoe kortstondig het leven is.
En kijk, toen kwamen daar vier meisje aangestapt, smartphone in de hand. Nee, ze namen geen selfies, ze hadden alleen oog voor de mooie Japanse kerselaars, en niet voor mij.
Pretty Maids All in a Row. Why Must We Grow up so Fast?
EENS: 21 april 2021
ERGENS: Gent














