
Het moet acht jaar geleden zijn dat ik voor het eerst een foto van een Geranium Rozanne wereldkundig maakte. ‘Een meisje van stavast’, schreef ik op 23 november 2013, toen de wereld en mijn wereld er nog anders uitzag. Een vriendin vroeg: toch geen vrouwtje van Stavoren? Zij (de Vrouw van Stavoren, niet mijn vriendin) zag haar hovaardige voorspoed uiteindelijk omslaan in rampspoed.
Ik blijf me verbazen over dit kranig bloempje, dat blijft bloeien tot de eerste vorst eraan komt. Pas dan geeft het zich gewonnen, en dan houdt de tuin het bij enkele winterbloeiers. Dan is het even op de tanden bijten, en wachten tot de eerste sneeuwklokjes boven komen, in de geruststellende zekerheid dat die dag er eens aankomt.
Deze cyclus van het leven, de bloemen die elk jaar weer tot bloei komen, is iets wat Hans Castorp, die ‘eenvoudig jongmens (die) van zijn vaderstad Hamburg naar Davos-Plats in het Graubündense land [reisde]’ opvalt. Castorp is het hoofdpersonage in Thomas Manns De Toverberg, een boek dat ik op 22 januari 1981 kocht maar nu pas echt lees. Hij mijmert over ‘.. eer en schande, tijd en eeuwigheid – en werd overvallen door een korte, maar stormachtige duizeling bij de gedachte, dat de akelei [namelijk de bloem die hij na een verblijf van een jaar – hij zou er eerst drie weken verblijven om zijn neef te bezoeken – weer volop zag woekeren, en wel op de plaats waar hij de bloem precies een jaar geleden ook zag] opnieuw in bloei stond en het jaar naar zijn uitgangspunt terugkeerde.’
Eens: 22 november 2021
Ergens: Thuis