
Een nieuwe lens, die wou ik wel eens uitproberen in Rotterdam, waar we, dankzij Karel heen gingen en meteen ook een bezoek brachten aan – en een rondleiding kregen van – Elisabeth. Ze toonde ons, op het Plein 1940, aan de Leuvehaven, het beeld van Ossip Zadkine, De Verwoeste Stad, een beeld van een man die afwerend de handen ten hemel reikt. Het onheil kwam van boven, die veertiende mei in 1940. De Duitsers hadden al het Noordereiland bezet, maar konden de bruggen niet over om de binnenstad in te nemen. Ze dreigden met een bombardement, dat er snel kwam en bijzonder kort van duur was. Eén kwartier lang kwam de hel uit de hemel neergedaald, en na dat kwartier lag 260 hectaren in puin. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd. 800 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. In 1953 werd dit beeld van Ossip Zadkine onthuld: De verwoeste stad. Rotterdammers gaven het vele namen: Stad zonder Hart, Zadkini, Jan Gat, Jan met de Handjes.
Als ik iets van Zadkine zie, moet ik denken aan een bezoek aan Saint-Rémy-de-Provence in 1986, toen ik in de tuin waar ooit Vincent van Gogh herstelde, oog in oog kwam met een borstbeeld van Zadkine. Het stelt de schilder voor, met in zijn hand een vel papier, waarop je kunt zien: A Théo. Een van de vele brieven die beide broers bleven schrijven. Misschien was het wel deze brief, die nooit verzonden werd, de allerlaatste van Vincent van Gogh aan Theo:
“Par mon intermédiaire tu as ta part à la production même de certaines toiles qui même dans la debâcle gardent leur calme …”

Eens: 27 november 2021 (boven); zomer 1986 (onder)
Ergens: Rotterdam; Saint-Rémy-de-Provence