
Het was de Witte Donderdag van het Jaar des Heren 2022. Ik zoek enkele fotolocaties in Gent, de zon schijnt. Onder de Albertina Sisulubrug vind ik wat ik zoek, en ook wat verder, onder de brug van de Lammerstraat, waar je in het water van… ja, van wat eigenlijk, een stukje water tussen Leie en en Schelde, het bewegende silhouet van de Sint-Pietersabdij herkent.
Een jonge vrouw komt me vragen hoe laat het is, en dat vind ik een vreemde vraag, een die je niet vaak meer hoort. Wie heeft er nu geen mobiele telefoon op zak? En waarom vraag je hoe laat het is, als er aan de overkant van de straat een apotheek ligt, met een groen neonkruis dat flikkert en de tijd aangeeft. Zoals kerktorens het zielenleven combineerden met het praktische, zoals de tijd van de dag. Steeds als je wil weten hoe laat het is, denk je aan God. Als het angelus luidt, doe je je pet af en bid je.
Ik haal mijn telefoon boven, en zeg, naar waarheid, dat het kwart over negen is, waarop de vrouw me bedankt, en dan ook de aap uit de mouw komt. Ze zegt me dat ze een Christen is, en ze vraagt me of Jezus ook al in mijn leven is gekomen, want dat is toch iets wat haar bijzonder gelukkig maakt, de merk- en voelbare aanwezigheid van God, nu, maar ook voor het leven na de dood. Ik laat haar rustig uitspreken, en vertel dan dat ik haar overtuiging respecteer, maar dat die van mij toch wat afwijkt. Hemel en hel bestaan wel degelijk, zeg ik, maar ze bestaan beide op aarde, en het is onze verantwoordelijkheid om hier een hemel te maken, en dat dat kan zonder God. Ja, dan heeft ze het over vrije keuze, en nog één en ander, en ze besluit dat ze vandaag aan haar God zal vragen of hij zich ook aan mij zou openbaren, zoals hij dat bij haar heeft gedaan.
Ik vind het wel een fijne gedachte – iemand die mij gedenkt in haar gebeden, en dat terwijl ik nog leef.

Eens: Donderdag 14 april 2022
Ergens: Gent, in de buurt van De Krook, Vooruit, VOKA en de brug onder de Lammerstraat.

