Vlaanderen mijn land

Op Facebook las ik een mooie tekst van Geeraard Goossens, wiens teksten ik vaak twee of drie keer moet lezen om ze te begrijpen, maar nu was het een mooie, eenvoudige bedenking naar aanleiding van de Vlaamse feestdag, 11 juli dus. Goossens verwees naar Tucholsky, die, zo vermoed ik, iets schreef over Duitsland. Goossens tekst deed me denken aan een boek dat ik een jaar of vijftig geleden van mijn vader kreeg: ‘Vlaanderen mijn land’.

Ik ben het eens met Goossens. ‘Vlaanderen is het land waar we geboren zijn, waar we de taal spreken en onze doden zijn begraven.’ Vlaanderen is mijn land. Ik ben er geboren, maar daarom ben ik nog geen vaandelzwaaier. Het is waar ik thuis kom, ook al zijn de bergen er nergens lager. Mijn tenen krullen en mijn maag krimpt ineen als ik de Vlaming zijn taal geweld hoor aandoen, als ik van Gent naar Dendermonde rijd langsheen een eindeloze rij huizen, fermetten en koterijen. Het politieke spel is er weinig hoogstaand, de openbare debatten vaak van een ondraaglijke lichtheid. Ik verlang naar het eindeloze uitzicht in de bergen, de meanderende rivieren in Wallonië, de eindeloze en ongeschonden stranden van Zeeland, de vrije horizonten in Nederland. Ik hoef er niet noodzakelijk fier op te zijn, maar ik ben een Vlaming, en ook een beetje Belg, Bourgondiër en Nederlander. Ik hoef het laatste stukje van Marc Reynebeau niet te lezen, al heb ik dat wel gedaan, gelukkig maar, want nu weet ik dat de gulden sporen eigenlijk niet van goud gemaakt waren. Ik heb 1302 niet nodig om een plek te hebben die ik thuis kan noemen, maar wie weet trek ik er ooit wel eens weg; diep in mij schuilt er misschien wel een hippe kosmopoliet. Maar ook als dat zou gebeuren, wie weet, dan zou ik wel eens ‘Boven Gent rijst’ durven neuriën op 11 juli.

Een fijne Vlaamse feestdag gewenst aan alle Vlamingen, en straks een mooie Belgische op 21 juli!

Ergens: Wenduine by night
Eens: 21 december 2021

De familie Cohen

De gids die we deze zomer aantroffen voor het Joodse schooltje in Leeuwarden – hij gaf uitleg aan een groepje waar we geen deel van uitmaakten – zei het wat achteloos, en ongetwijfeld zonder slechte bedoelingen: ‘Leeuwarden kende een bloeiende Joodse gemeenschap van ongeveer 800 zielen. De grote meerderheid kwam om in Auschwitz.’

Omgekomen? Ze werden vermoord, dat ligt dichter bij de waarheid. De jurist en schrijver Abel Herzberg – overlever van Bergen-Belsen en vader van dichteres Judith Herzberg – verwoordde het scherper: ‘Er zijn in de Tweede Wereldoorlog geen zes miljoen Joden uitgeroeid, maar er is één Jood vermoord en dat zes miljoen keer.’

En de moord was met voorbedachten rade. Al in 1941 begonnen de nazi’s met de bouw van vernietigingskampen in o.a. Auschwitz. Kort daarna – begin januari 1942 – kwamen 15 hoge ambtenaren van nazi-Duitsland samen in Villa Marlier aan de Wannsee, een meer ten zuidwesten van Berlijn. Deze conferentie is berucht: hier werd formeel en ambtelijk beslist tot het uitroeien van het Joodse volk; het bekrachtigde de plannen van Hitler, Heydrich en anderen en zette een organisatie op poten om de Endlösing in de praktijk te brengen. Eichman – die niet aanwezig was in Wannsee – zou later de notulen van deze vergadering maken. Hij had vooraf al een lijstje gemaakt met een raming van het aantal Joden in de verschillende landen – 43.000 in België, 160.800 in Nederland.

De Endlösing is een gruwelijk eufemisme voor een systematische en geïndustrialiseerde genocide. Al snel begon men in Europa Joden gevangen te nemen en te deporteren. Struikelstenen herinneren aan deze gruwelijke gebeurtenissen. In Rotterdam stootte ik tijdens een ochtendwandeling op het Noordereiland op zes tegeltjes, die herinneren aan de familie Cohen die gedeporteerd werd naar Westerbork en al snel vermoord in Auschwitz. Elie, 43 jaar, was de oudste; Rebecca, vijf jaar, de jongste.
Ook in Leeuwarden vond ik nog andere Cohens op een gedenkplaat, voor een Joods schooltje dat al lang gesloten is. Een opschrift op de muur, een citaat uit Genesis, leest: ‘Het kind is er niet meer’.

De weinige overlevenden van de holocaust konden het niet meer aan om terug te keren naar hun oude stad in Friesland; de meesten emigreerden naar Amerika of Israël. Toch vond ik nog een teken van zeker één Cohen die gebleven is: een handelaar in ijzer en non-ferrometalen. Zijn bedrijf – en hijzelf hopelijk ook – overleefde de gruwel van de holocaust.

Op het monument dat alle namen vermeldt; liggen steentjes, want Joden – praktisch als ze zijn – weten dat bloemen vergaan, steentjes niet. Als het niet te hard heeft gewaaid, ligt ons steentje er nog.

Een Cohen die overleefde, en bleef.

Eens: 27 juni en 2 juli 2022
Ergens: Rotterdam (Willemsbrug) en Leeuwarden