
Is het omdat ik net de suggestie kreeg van een Facebookvriend om Proust te leren kennen via Du côté de chez Swann, het eerste, opzichzelfstaande deel van A la Recherche du Temps perdu, dat ik bij dit beeld moet denken aan dat beruchte boek van 2408 bladzijden? De eerste zin is alleszins grandioos: Longtemps, je me suis couché de bonne heure.
Het is een ogenschijnlijke gewone zin, maar zoals ik hem zou vertalen – Gedurende lange tijd ging ik vroeg slapen – voldeed toch niet, maar ik weet niet goed waarom. Na enkele overwegingen komt iemand (een vertaler, neem ik aan) tot dit: Er is een tijd geweest dat ik vroeg naar bed ging.
Ik stel me dat boek van Proust voor zoals deze foto: een stukje natuur dat uit het onderbewuste lijkt te komen, een hekje dat geen ingang is, maar dat toch op slot is – of laat ik me nu leiden door dat ander Frans boek, meer bescheiden van omvang – Le grand Meaulnes, dat ik ooit lang, lang geleden cadeau kreeg van wijlen mijn schoonvader, en dat uit dezelfde periode stamt als het beroemde boek van Proust?
Er was een tijd dat ik vaak de loopschoenen aantrok. Gisteren ging ik ’s ochtends nog eens op pad, met een zeer matige snelheid van zeven kilometer per uur, dat is eigenlijk niet meer dan goed doorstappen. Ik liep in een dreef van zeer oude beukenbomen, en de restanten van de nootjes, vermengd met het grint, deden mijn passen klinken als het kraken van de sneeuw, en dan moest ik denken aan de sneeuw uit nog meer vervlogen tijden, van toen ik een jaar of zes moet zijn geweest, toen ik heen en weer liep tussen ons huis en het huisje van mijn grootouders. Het paadje in de tuin lag ook besneeuwd, en mijn grootvader strooide er as uit de kachel overheen, tegen het uitglijden, maar uitglijden deed ik toch, zij het niet daar, maar op de stoep, en mijn moeder moest mijn nieuwe broek verstellen.
Wel, daaraan dacht ik, zomaar onder het lopen. Er is een tijd geweest.
Eens: 20 mei 2023
Ergens: Destelbergen