Mozes met hoorntjes

Ik had in het voorlaatste jaar van het middelbaar les van Jef Lambert, een priester van de moderne soort met de uitstraling van John Kennedy. Zijn lessen godsdienst waren nogal saai, maar voor het vak Esthetica dat hij ook doceerde, had ik veel belangstelling. We gebruikten het handboek ‘Kunst van Altamira tot heden’, en ik meen mij te herinneren – maar het geheugen kan mij bedriegen – dat hij uitleg gaf over Claus Sluter en zijn Mozesput in Dijon, een gebeeldhouwde sokkel met de beelden van zes profeten waarvan Mozes de belangrijkste was. Waarom had Mozes hoorntjes op zijn hoofd? Daar had mijnheer Lambert een uitleg voor: Mozes was de enige die oog in oog heeft gestaan met God, en om dat zichtbaar te maken, werd hij afgebeeld met twee stompjes op zijn hoofd.

Dijon had ik al vaker bezocht, maar dat kartuizerklooster van Champmol, dat bleef maar op mijn lijstje staan. Tot onlangs. Niet zonder moeite volgden wij Google Maps en Waze, tot op het parkeerterrein van het ziekenhuis langswaar je de beeldengroep kunt bezoeken. Ik gaf mijn zoon uitleg waarom Mozes hoortjes had – wat mijn vrouw de opmerking ontlokte dat ik toch altijd een soort leraar ben gebleven – en toen ik de uitleg van mijnheer Lambert gaf, begon ik die toch wat ongeloofwaardig te vinden. God zien en hoorns krijgen?

En wat blijkt nu? Ik haal er even de vertaalfout van de maand bij: Mozes had net een ontmoeting met God gehad, waarin Hij Zijn wetgeving had gepresenteerd. Mozes daalde de Sinaï af, met de stenen tabletten waarin de tien geboden gegraveerd waren in zijn handen en twee hoorns op zijn hoofd. Twee hoorns op zijn hoofd? Zo heeft het eeuwenlang in de volksvertaling van de bijbel gestaan. Maar: in het oorspronkelijke verhaal had Mozes niet twee hoorns op zijn hoofd, maar een glimmend en glanzend gezicht. Want wie met God had gesproken, begon te stralen. Maar door een fout in de vertaling van het Oude Testament verloor Mozes zijn glans en kreeg hij er een paar duivelse hoorns voor terug. De Hebreeuwse taal, waaruit het Oude Testament vertaald is, kent geen klinkers. Het woord ‘QRN’ werd door Griekse vertaler Aquila Ponticus opgevat als KARAN, wat hoorn betekent. Het moest echter KEREN zijn: straal. Hierdoor werd de zin ‘met stralen rond zijn hoofd’ vertaald als ‘met hoorns op zijn hoofd’. Toen Hiëronymus de tekst vervolgens van het Grieks naar Latijn wilde vertalen, merkte hij de fout niet op. De interpretatie werd zelfs versterkt doordat ‘gekroond’ en ‘gehoornd’ zich respectievelijk in ‘coronatus’ en ‘cornutus’ laten vertalen.

Meer info: Christiaan Janssens, De Mozesput

Eens: 18 juni 2024
Ergens: Champmol (Dijon)

De kapel van de Ronde van Vlaanderen

Aan de rand van Horebeke staat er een merkwaardige kapel, gewijd aan de Ronde van Vlaanderen. De winnaars worden er gecanoniseerd sinds 1913, een jaar voor de Groote Oorlog losbarstte, maar het lijstje stopt in 1996. Alsof men toen tot het besef kwam dat het een beetje uit de tijd was om wielrenners te verafgoden als waren het heiligen. Wat ze met heiligen gemeen hebben (in tegenstelling tot voetballers): ze zien af, en soms worden ze voor hun lijden beloond, zelfs hier op aarde. De Leuvense fotograaf Kristof Ramon heeft dat schitterend vastgelegd.

Maar misschien was er in de kapel gewoon geen plaats meer.

Voor wie toch nog even de winnaars van na 1996 in zijn gebeden wil gedenken – dit zijn ze:

1997: Rolf Sørensen
1998: Johan Museeuw
1999: Peter Van Petegem
2000: Andrei Tchmil
2001: Gianluca Bortolami
2002: Andrea Tafi
2003: Peter Van Petegem
2004: Steffen Wesemann
2005: Tom Boonen
2006: Tom Boonen
2007: Alessandro Ballan
2008: Stijn Devolder
2009: Stijn Devolder
2010: Fabian Cancellara
2011: Nick Nuyens
2012: Tom Boonen
2013: Fabian Cancellara
2014: Fabian Cancellara
2015: Alexander Kristoff
2016: Peter Sagan
2017: Philippe Gilbert
2018: Niki Terpstra
2019: Alberto Bettiol
2020: Mathieu van der Poel
2021: Kasper Asgreen
2022: Mathieu van der Poel
2023: Tadej Pogačar

EENS: 13 april 2024
ERGENS: Horebeke

Wolken, en de gedachten van de vakman

Een wonderbaarlijk huis was het daar, in de Rue de la Trinité in het oude Troyes. Je ging er binnen via een ijzeren hekken, en dan kwam je op een binnenkoer die toegang gaf tot een drietal huizen, onderverdeeld in verschillende appartementen. Er was een lift, maar als je de trap nam, kreeg je zicht op de daken van Troyes, en zag je de hemel zoals men die al honderden jaren geleden zag. Wolken die ook toen moeten geleid hebben tot mijmeringen zoals die van Martinus Nijhoff in zijn gedicht ‘De wolken’:

De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.
En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
De wond’ren werden woord en dreven verder (…)

Vlakbij is er een mooi museum: Le Musée de l’Outil et de la Pensee Ouvrière. Gereedschap dus, maar ook een plek om om te denken aan de vakkennis, ervaring en kunde van generaties vakmannen. Wat opgeslagen ligt in het collectieve geheugen van de mensen die de trappen maakten waarop wij naar boven gingen om de wolken te bewonderen.

EENS: 17 juni 2014
ERGENS: Troyes