Bijenhotel

Mijn grootmoeder, Marie, waakt over mijn bijenhotelletje. Na de windstoten die het einde van de zomer aankondigden, waren enkele herstelwerkzaamheden aangewezen, en ook de op steen gedrukte foto van Marie, die haar graf sierde, werd even afgestoft. O, dacht ik, kon mijn grootmoeder even, heel even maar, weer tot leven komen.

Dan zou ze zeggen: ‘Dag jongen, hoe gaat het met je? Wat een mooie tuin heb je. In de lente zie ik de seringen bloeien, dan de hortensia’s daar, en de hele zomer door, links van mij, die mooie rozen.’

Dan zou ik antwoorden: ‘Dag mémé (oma was in onze tijd en onze buurt niet gangbaar). Ja, dat is de roos Sweet Juliette, zoals Julia bij Shakespeare, die zeker weet dat een roos net zou lekker zou geuren als ze een andere naam had.’

Marie: ‘Shakespeare? Maar die Julia heeft wel gelijk. De bloem die wij roos noemen, geurt heerlijk, hoe wij ze ook benoemen. What’s in a name? Je vader zei het ook al.’

Ik: ‘Zo is dat mémé. Trouwens, het gaat goed met me. Stel je voor: volgende week met pensioen! Ik heb heel mijn leven geluk gehad.’

Marie: ‘Ik weet het jongen. En bedankt voor de mooie hibiscusbloem. Ik zie trouwens dat je nog de sokken draagt die ik voor je heb gebreid.’

Natuurlijk, Marie, geboren in 1900 in een gezin met 21 (!) kinderen en overleden in 1980, weet nu alles en ziet alles. Zelfs de sokken, meer dan 50 jaar geleden gebreid. Dat ik nu twee verschillende sokken draag, zegt ze beleefdheidshalve niet.

EENS: Zondag 25 augustus 2024
ERGENS: Thuis

Niente macchina!

Ik hou er van om met de doden een praatje te maken. Vooral dan met mijn vader, meer dan met mijn moeder, die net vandaag – Vive Marie, de naamdag van mijn grootmoeder – 101 jaar geleden werd geboren. Met haar heb nooit zo over ideeën, over politiek, kunst, of reizen gepraat zoals met mijn vader.
Een groot voordeel van een gesprek met een dode, is dat je het gesprek volledig in eigen hand hebt. Ik ben dan zelf een alwetende verteller én een personage. Je begint met een anekdote, en dan geef je het verhaaltje een eigen draai.

Pierre Plum herinnerde mij op Facebook aan de anekdote over Verlaine en Kloos, die lunchten in Den Haag, omringd door een troep bewonderaars die geen woord van de literaire goden wilden missen, zeker niet wanneer Verlaine zich naar Kloos boog en men de onsterfelijke woorden hoort ‘Monsieur Klooze, aimez-vous la salade?’. Mijn vader had dit zeker schitterend gevonden, en ik durf te wedden dat hij zou zeggen dat hij, ook, een God was in het diepst van zijn gedachten.

Laatst raakte ik weer aan de praat met mijn vader. Augustus is, zoals iedereen weet, de maand om de hagen te scheren. Ga je de haagbeuken of buxussen te vroeg te lijf, dan loop je het risico dat de planten weer aan het schieten gaan, wat geen gezicht is. Als laatste was de taxus aan de beurt. Waar iedereen in de buurt lawaaierig gereedschap gebruikt, scheer ik het liefst met de hand – het maakt minder herrie en de haag wordt fijner geknipt. Als ik dat alles dan aan mijn vader vertel, komt hij zeker op de proppen met die keer dat hij in zijn geliefde Italië naar de kapper ging, en dat die barbiere achteraf parmantig zegt: Ziezo signore, het is klaar, en; niente macchina – alles met kam en schaar, een tondeuze komt er bij mij niet in. Dan zie ik mijn vader met zijn hand door zijn denkbeeldige haardos gaan, en dan voegt hij eraan toe, met de zelfrelativerende humor hem eigen: ‘Maar misschien had hij het beter toch con macchina gedaan’.

Leuke babbels in mijn hoofd zijn dat, al mis ik heel hard de echte gesprekken met mijn vader.

Eens: 15 augustus 2024
Ergens: thuis

Wees niet bang (Anton Deelder)

Herman Jaconds had het op Facebook over (o.a.) Anton Deelder. Ik kende de man enkel van naam, en toen ik een foto van hem zag met zijn kenmerkende zonnebril dacht ik: Ach ja, die.

Toen ik vanmorgen de zon zag opkomen, moest ik aan een gedicht van hem denken dat ergens heel groot in een tunnel in Rotterdam te lezen is.

‘Daarom lieve Ari
Wees niet bang

De wereld draait rond
en dat doettie nog lang’

En van het één komt het ander, van Deelder naar Nescio:

‘De rivier is sedert naar het Westen blijven stromen en de menschen zijn blijven voorttobben. Ook de zon komt nog op en iederen avond krijgen Japi zijn oude lui het Nieuws van den Dag nog.
Zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven.’

Eens: 12 augustus 2024
Ergens: Thuis