
Ik had het niet gezien toen ik de foto nam – maar toen ik het resultaat zag, moest ik denken aan Tsjechov, en aan De dame met het hondje. Ik weet het, het klopt niet, hier loopt een koppel, en niets doet vermoeden dat deze man en vrouw gebukt gaan onder het Tsjechoviaanse lijden – een persoonlijk drama zonder dat er op het einde van het verhaal enkele doden te betreuren zijn. Verder loopt de hond op de foto aan de leiband, wat in het kortverhaal niet het geval is.
- ‘Toen hij in het café bij Verne zat, zag hij er een jeugdig uitziende dame die langs de boulevard kwam aangewandeld, een blonde vrouw van tamelijk kleine gestalte met een baret op het hoofd; zij werd gevolgd door een witte keeshond’.
De vertaler, Charles B. Timmer, maakt er een keeshond van. In de Engelse vertaling is dat a white Pomeranian, ook een soort keeshond van Duitse origine (Pommeren). Omdat ik geen Russisch kan lezen, moet ik een beroep doen op ChatGPT, maar ik twijfel eraan of AI wel zo betrouwbaar is in deze zaken. Het origineel zou dan luiden:
- Belaya shpitsevataya sobachka bezhala vperedi – A little white Spitz-like dog was running ahead.
Ik herken dus wel een Spitz of Spits, familie van dezelfde hondenstam, maar het verband met een keeshond zie ik er niet in. Een keeshond is genoemd naar Cornelis de Gijselaar, leider van de Patriotten die in de achttiende eeuw een keeshond als symbool hadden (hun orangistische tegenstanders hadden een mopshond). En de naam Cornelis betekent ‘de gehoornde’, cornuto dus, en een keeshondje zou in dit verhaal van een overspelige relatie wel goed passen. Dmitri ergert zich aan zijn echtgenote, en is haar doorlopend ontrouw. In het verhaal zijn zowel Dmitri Dmitrisj Goerow als Anna Sergejewna ongelukkig getrouwd. Ze beginnen een relatie, en Dmitri denkt dat het wel vlug voorbij zal gaan, zoals bij al zijn vorige veroveringen, en dat waren er blijkbaar heel wat. Maar het gaat niet over. ‘En eerst nu zijn haar begon grijs te worden, was hij gaan liefhebben, echt en zuiver – voor de eerste maal in zijn leven’.
Je voelt het aankomen, ook omdat je weet dat dit Tsjechov is: dit kan niet goed aflopen. De schrijver biedt geen oplossing. ‘Kom, laten we nu de hoofden bij elkaar steken, misschien vinden we er wel wat op.’ Of dat ook gebeurt, komen we niet te weten.
Eens: 23 september 2024
Ergens: Clemenspoort, Gent