Het Licht der Dokken

‘Een ellendige Novemberavond, met een motregen die de dappersten van de straat veegt. En mijn stamkroeg ligt, helaas, te ver in ’t Westen om op te tornen tegen dat kille gordijn.’

Aldus begint Het Dwaallicht, en de tocht die Laarmans, Elsschots alter ego, met zijn drie metgezellen – omschreven als rijstkakkers en als zwartjes – die hij op sleeptouw neemt, op zoek naar de schier mythische Maria Van Dam, of Fathma, of gewoon de vrouw die met alle drie een rendez-vouw zou hebben, maar die onvindbaar is. Bestaat ze wel?

Het is 14 december 2024, tien uur ’s morgens. Vier graden, voelt aan als min één, en de motregen wisselt af met een snijdende oostenwind, als mijn fotografiebuddy P. lichtjes ontwaart voorbij een bruggetje naar Het Eilandje. Kijk, een café dat open is! Het is zowaar Estaminet Het Licht der Dokken, een naam die zo zou kunnen voorkomen in een roman van Elsschot. Het heeft een ruim terras, maar daar is het nu het weer niet voor, dus wij laten ons binnen vergasten, met een cafébazin die voor mij Maria Van Dam is. Het is duidelijk: dit is een soort bruin café. Geen latte macchiato’s of cappucino met havermelk, maar wel gewone (en lekkere) koffie en thee, desnoods, op aanvraag een kopje Roycosoep. Er klinkt tijdloze muziek in Het Licht der Dokken, toepasselijk Who’ll stop te rain, en iets van de Rolling Stones. Maria Van Dam is van de verbindende soort, ze is Antwerpse maar ze vindt Gent ook een leuke stad. Nog niet zo lang geleden ging ze naar Stef Bos luisteren in Vooruit – excuus: VierNulVier.

Wij – op stap zonder onze leerkracht, dus is het altijd wat tasten in het duister – waren naar iets anders op zoek, iets minder ongrijpbaar: mooie beelden van Het Eilandje voor de lessen Architectuurfotografie. Het soort mensen dat in deze buurt de barre elementen trotseert, en dus stante pede op zoek gaat naar het Havenhuis, intussen een ijkpunt in de haven van Antwerpen, ontworpen door de Brits-Iraakse architecte Zaha Hadid. Ik was blij dat er toch iemand mijn mening deelde, dat dit géén geslaagd ontwerp is. Ik vind het niet mooi om twee redenen. Ten eerste moet architectuur oog hebben voor de bestaande omgeving, en in dit ontwerp wordt wel beweerd dat het hier gaat om een opmerkelijke confrontatie tussen een oud en beschermd gebouw (een brandweerkazerne) en een ontwerp dat refereert aan een schip (dus: de haven) en aan de facetten van een diamant (dus: Antwerpen). Welnu, dat mag allemaal wel kloppen, maar ik vind het gebouw zwaar en dominant. Het verdrukt het oude gebouw dat gebukt gaat onder zoveel m’as-tu-vu. En ten tweede sta ik argwanend tegenover architectuur die uiting moet geven aan hoeveel geld, aanzien of macht de opdrachtgever heeft. Fernand Huts is bij deze gewaarschuwd. Maar intussen levert het wel fraaie plaatjes op.

De snijdende wind veegde de dappersten in de armen van de cafébazin van Het Licht der Dokken. “En wat Maria en Fathma betreft, laten wij niet wanhopen, want de wil des Heeren is immers ondoorgrondelijk.”

Eens: 14 december 2024
Ergens: Het Eilandje, Antwerpen