Denkend aan de Boulevard des Américains aan de Gazaanse Rivièra, komt dit beeld mij voor de geest: “My name is Ozymandias, King of Kings: Look on my works, ye Mighty, and despair!”
In 1818 ging P. B. Shelley een competitie aan met zijn vriend en mededichter Horace Smith. Ze zouden elk een gedicht schrijven over farao Ramses II. Rond die tijd was een deel van een kolossaal beeld van de Egyptische heerser naar Londen gebracht. Mocht Shelley vandaag leven, hij had een aanklacht kunnen maken tegen kolonialisme of tegen kunstroof, maar hij kwam met iets anders op de proppen: een sonnet dat wijst op de vergankelijkheid van aardse macht.
Ozymandias
I met a traveller from an antique land
Who said: Two vast and trunkless legs of stone
Stand in the desart. Near them, on the sand,
Half sunk, a shattered visage lies, whose frown,
And wrinkled lip, and sneer of cold command,
Tell that its sculptor well those passions read
Which yet survive, stamped on these lifeless things,
The hand that mocked them and the heart that fed:
And on the pedestal these words appear:
“My name is Ozymandias, King of Kings:
Look on my works, ye Mighty, and despair!”
No thing beside remains. Round the decay
Of that colossal wreck, boundless and bare
The lone and level sands stretch far away.

Ik heb geen foto van Ramses II. Ik heb er wel één van Nerva en één van de eerste Romeinse keizer, Augustus. We stonden de beelden van de Romeinse keizers te bekijken op de Via dei Fiori Imperiali in Rome, en ik vroeg mijn kinderen waarom Caesar niet beschouwd kon worden als de eerste keizer. Het antwoord was simpel: omdat Augustus de eerste keizer was. Er kan maar één de eerste zijn. (Waarom ik Nerva, de twaalfde keizer, fotografeerde is mij een raadsel; misschien dacht ik dat het Caesar was.) Later zagen we nog standbeelden van Romeinse keizers in de Provence, meerbepaald in het theater van Orange. Daar hoorde ik dat de Romeinen een pragmatische kijk hadden op roem en glorie. Beelhouwateliers maakten in grote reeksen beeldhouwwerken van mensen in een keizerachtige pose en klederdracht, maar zonder hoofd, en verscheepten die naar alle hoeken van het keizerrijk. Daar werd er dan een bijpassend hoofd op gezet, dat snel kon verwisseld worden als een keizer uit de genade was gevallen, de geest had gegeven of vermoord werd.
Eens: 14 april 2014
Ergens: Rome, Via dei Fori Imperiali

