
Ik moet hier laatst binnengegaan zijn in 1980, want in dat jaar overleed mijn grootmoeder. Sindsdien fietste ik hier nog langs, zonder daar veel bij stil te staan. Er was zo veel in dat jonge leven dat mijn aandacht opeiste. Het huisje van mijn grootouders stond tientallen jaren leeg, verkommerde, en werd een bouwval. In 2023 werd het gesloopt, en nu staat er een fraai appartementencomplex; woningen met alle comfort. Maar eens was ik hier kind aan huis, vond ik een veilig onderkomen. Hoe groot leek het toen, hoe klein en schamel was het toen ik het dat jaar nog eens betrad. De vloer en de schakelaars herkende ik nog, maar verder was dit een krot zonder ziel. ‘Wat leefden ze bescheiden toen.’ Eigenlijk drie kamers. Keuken en zitkamer, een logeerkamer, en een slaapkamer. Die logeerkamer was ingericht als cosy corner, en ik bleef er vaak slapen. Toen de jonge echtgenoot van mijn oudste zus om het leven kwam in een verkeersongeval, huilde ik mezelf hier in slaap, en kwam mijn zus, net weduwe geworden, mij troosten. Door het kleine raampje van de keuken/leefkamer gooide mijn grootvader ‘carolientjes’, de voorbode van Sinterklaas, en dat was een wonder. De televisie had een antenne, als je een andere zender wou, moest je binnen aan een kabel trekken. Hier at ik heerlijke aardbeien (uit de tuin) met yoghurt, en zuringstoemp met een zachtgekookt ei. Als een duif uit mijn grootvaders duivenkot ondermaats presteerde, belandde die op ons bord. In de tuin stonden twee Japanse kerselaars, na een ‘Plant een boom’-actie op mijn lagere school, zo rond 1970. Na een zware examenweek in de eerst zit deed ik een goed examen bij Walter Prevenier – Geschiedenis van de historische kritiek – na het schriftelijk het mondeling, en dat ging goed – zeventien op twintig. Ik fietste van de Blandijnberg naar dit huisje, op een wolk, om het goede nieuws te verkondigen.
Zolang er iets overblijft van ons verleden, is het er nog, ook al is dat verleden onherroepelijk voorbij. Kort nadat mij grootmoeder overleed ging ik nog eens binnen in haar huisje – haar man was toen al vijf jaar dood. Ineens was het huisje koel en doods, en het zei me niets meer. Maar nu het helemaal verdwenen is, nu zelf de plaats niet meer herkenbaar is, zit dat huisje alleen nog in mijn hoofd. Tot ik er niet meer zal zijn. Dan is het ook daar verdwenen. Net als de Japanse kerselaars.
Eens: 3 mei 2023
Ergens: Destelbergen






