
That time of year thou mayst in me behold,
When yellow leaves, or none, or few, do hang
Upon those boughs which shake against the cold,
Bare ruined choirs, where late the sweet birds sang.
Shakespeare, Sonnet 73
Herfst vervult gevoelige zielen met melancholie, met een terugblikken op de vervlogen zomer, zoals Verlaine een droeve, verstikkende viool hoort, en terugblikt op een verleden dat nooit meer terugkeert (Je me souviens/Des jours anciens/Et je pleure). Verlaine laat zich meeslepen door een ‘mauvais vent’, zoals een dood blad.
Dan is R. M. Rilke, die ik zag staan (zijn standbeeld toch) in het Spaanse Ronda, toch andere koek:
Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.
Befiehl den letzten Fruchten voll zu sein;
gieb innen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.
Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.
Sta me toe gewoon te genieten van de herfst in Ontario. Het groen maakt plaats voor bruin, geel, oranje en rood, dat laatste vooral van de Red Maple, de iconische boom die Canada haar vlag gaf (de ahornsiroop komt van de Sugar Maple). Na een fikse regenbui in Killarney brak de zon weer door de wolken, en vulde de vallei zich met een prachtige nevel.
Het mooiste licht is tegenlicht, hier gevangen in één blad (misschien een cornus, of kornoelje), tijdens de Cup and Saucer-wandeling op het eiland van de grote Manitou (Manitoulin).
Andere foto’s zijn van Killarney en Mono Cliffs.





Eens: September-oktober
Ergens: Ontario, Canada