Riet

Funeral Blues (W.H. Auden)

Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone,
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come.

Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message ‘He is Dead’.
Put crepe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves.

He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last forever: I was wrong.

The stars are not wanted now; put out every one,
Pack up the moon and dismantle the sun,
Pour away the ocean and sweep up the wood;
For nothing now can ever come to any good.

Eens: 15 februari 2026
Ergens: Destelbergen

Tante Rachel

Soms fiets ik in de Brabantdam in Gent, en als ik dan om de hoek de protestantse kerk zie moet ik altijd denken aan die zeldzame foto die ik heb van mijn vader – een jongen van een jaar of tien, zo schat ik, iele beetjes, met een dasje aan, in de lens kijkend zoals kleine jongens wanneer ze moeten poseren. Mijn vader was een ‘nakomertje’, het leeftijdsverschil met zijn tante moet behoorlijk geweest zijn, maar hoe groot, dat weet ik niet. Om de hoek wat verderop ligt de Abeelstraat, en daar had de familie een slagerij. De foto moet dateren van enkele jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De familie was Vlaamsgezind, en ik hoorde het verhaal nog van mijn vader, dat een bende partizanen na de oorlog het huis wou binnenvallen, en mijn vader, dan al enkele jaren ouder maar nog altijd een tiener, stond klaar om zichzelf en zijn familie te verdedigen. Bevend van schrik en opwinding, zo stel ik het mij voor. Tot iemand uit het verzet – was het de vader van Jacques Dubrulle? – de menigte bedaarde, zeggende dat ze deze mensen met rust moesten laten – ‘het zijn brave mensen’. Maar mijn geheugen kan mij bedriegen.
De zus van mijn vader heb ik ooit gezien in haar winkel in Gent, maar ik wist toen niet dat ze mijn tante was.

Op een gevelversiering staat: SPQG – Senatus Populusque Gandavensis. Het was in die vervlogen tijden niet ongebruikelijk de R te vervangen door de plaatselijke afkorting.