
De gids die we deze zomer aantroffen voor het Joodse schooltje in Leeuwarden – hij gaf uitleg aan een groepje waar we geen deel van uitmaakten – zei het wat achteloos, en ongetwijfeld zonder slechte bedoelingen: ‘Leeuwarden kende een bloeiende Joodse gemeenschap van ongeveer 800 zielen. De grote meerderheid kwam om in Auschwitz.’
Omgekomen? Ze werden vermoord, dat ligt dichter bij de waarheid. De jurist en schrijver Abel Herzberg – overlever van Bergen-Belsen en vader van dichteres Judith Herzberg – verwoordde het scherper: ‘Er zijn in de Tweede Wereldoorlog geen zes miljoen Joden uitgeroeid, maar er is één Jood vermoord en dat zes miljoen keer.’
En de moord was met voorbedachten rade. Al in 1941 begonnen de nazi’s met de bouw van vernietigingskampen in o.a. Auschwitz. Kort daarna – begin januari 1942 – kwamen 15 hoge ambtenaren van nazi-Duitsland samen in Villa Marlier aan de Wannsee, een meer ten zuidwesten van Berlijn. Deze conferentie is berucht: hier werd formeel en ambtelijk beslist tot het uitroeien van het Joodse volk; het bekrachtigde de plannen van Hitler, Heydrich en anderen en zette een organisatie op poten om de Endlösing in de praktijk te brengen. Eichman – die niet aanwezig was in Wannsee – zou later de notulen van deze vergadering maken. Hij had vooraf al een lijstje gemaakt met een raming van het aantal Joden in de verschillende landen – 43.000 in België, 160.800 in Nederland.
De Endlösing is een gruwelijk eufemisme voor een systematische en geïndustrialiseerde genocide. Al snel begon men in Europa Joden gevangen te nemen en te deporteren. Struikelstenen herinneren aan deze gruwelijke gebeurtenissen. In Rotterdam stootte ik tijdens een ochtendwandeling op het Noordereiland op zes tegeltjes, die herinneren aan de familie Cohen die gedeporteerd werd naar Westerbork en al snel vermoord in Auschwitz. Elie, 43 jaar, was de oudste; Rebecca, vijf jaar, de jongste.
Ook in Leeuwarden vond ik nog andere Cohens op een gedenkplaat, voor een Joods schooltje dat al lang gesloten is. Een opschrift op de muur, een citaat uit Genesis, leest: ‘Het kind is er niet meer’.
De weinige overlevenden van de holocaust konden het niet meer aan om terug te keren naar hun oude stad in Friesland; de meesten emigreerden naar Amerika of Israël. Toch vond ik nog een teken van zeker één Cohen die gebleven is: een handelaar in ijzer en non-ferrometalen. Zijn bedrijf – en hijzelf hopelijk ook – overleefde de gruwel van de holocaust.
Op het monument dat alle namen vermeldt; liggen steentjes, want Joden – praktisch als ze zijn – weten dat bloemen vergaan, steentjes niet. Als het niet te hard heeft gewaaid, ligt ons steentje er nog.

Eens: 27 juni en 2 juli 2022
Ergens: Rotterdam (Willemsbrug) en Leeuwarden





















