Vrouwen!

20190304_161534 Popelin

’t Is altijd iets met vrouwen, moet men 130 jaar geleden gedacht hebben. Nu is er zelfs eentje die advocaat wil worden!

Marie Popelin (1846-1913) studeerde Rechten aan de Université Libre de Bruxelles, en ze werd zelfs de eerste vrouwelijke doctor in de Rechten. In 1888 vroeg ze toegang tot het beroep van advocaat aan de balie van Brussel, maar dat was andere koek. Het Hof van Beroep te Brussel oordeelde als volgt:

“(…) Attendu que la nature particulière de la femme, la faiblesse relative de sa constitution, la réserve inhérente à son sexe, la protection qui lui est nécessaire, sa mission spéciale dans l’humanité, les exigences et les sujétions de la maternité, l’éducation qu’elle doit à ses enfants, la direction du ménage et du foyer domestique confiée à ses soins la placent dans des conditions peu conciliables avec les devoirs de la profession d’avocat et ne lui donnent ni les loisirs, ni la force, ni les aptitudes nécessaires aux luttes et aux fatigues du barreau ; (…).

Kortom, vrouwen aan de balie… niet geschikt voor deze harde stiel, gezien de relatieve zwakte van hun constitutie. Ze hebben er trouwens geen tijd voor, met dat huishouden en de kinderen. We moeten onze vrouwen beschermen, als het moet, tegen zichzelf!

Kortom, ’t altijd iets met vrouwen. Nu zijn er zelfs die ‘Meer vrouw op straat’ willen zien. Zoals StuBrusselaar Sofie Lemaire. Van alle straten die de naam van een persoon kregen, zijn er maar 15 procent vernoemd naar een vrouw. Toen ik Sofie Lemaire op TV bezig hoorde, wou ik roepen: ‘En de Virginie Lovelingstraat dan?’. Verder dan dat ene voorbeeld kwam ik niet. Tot ik op een fietstochtje Marie Popelin tegenkwam. Gent heeft haar alvast een plaatsje gegeven in het straatbeeld. Niet met een straat, maar met een heuse kaai, in Ledeberg.

Vanaf nu groet ik haar beleefd, als ik er langs fiets. Met advocaten moet je altijd oppassen.

Abbey Road

Deze slideshow vereist JavaScript.

Er bestaat een Myrtle Street in Liverpool, en ook in Boston, Massachusetts. Die van Liverpool ken ik niet, maar de Myrtle Street in Boston, die wel, en ik moest er natuurlijk aan The Beatles denken toen ik ineens deze spontane scène zag. De jongens hadden niets in de gaten, toen ze daar, komende van Revere Street, de Garden Street kruisten. Mijn vrouw zag me natuurlijk wel staan, met mijn telefoon in de aanslag, en ze moet zeker ook aan Abbey Road gedacht hebben. Misschien dat ze even de pas inhield, om te doen alsof ze Paul McCartney was, de held van de laatste LP van de Fab Four, en de derde in de rij wanneer ze het zebrapad nabij de studio opstapten.

Myrtle Street ligt in de wijk Beacon Hill van Boston, ten noorden van de Common, het groene hart van de stad, in een wijk die doordrenkt is met het bloed van de geschiedenis van de Verenigde Staten. Op de Common speelden ze Henry V, als ik me goed herinner.

Koning Henry V is van oordeel dat hij recht heeft op de troon van Frankrijk. Hij stuurt zijn troepen het Kanaal over en belegert Harfleur, waar hij zware verliezen lijdt. Harfleur valt in Engelse handen, maar het leger van King Henry is gedecimeerd en wordt bij Agincourt omsingeld. De avond voor de veldslag loopt de koning, vermomd, door zijn kamp en begeeft hij zich onder zijn soldaten. Hij overpeinst de last van het koningschap, en ’s ochtends houdt hij de bekende toespraak van ‘Saint Crispin Day’. Elke Engels soldaat, hoe laag ook van geboorte, is meer waard dan een edelman die op Saint Crispin Day in Engeland in zijn bed ligt.

“We few. We happy few.
We band of brothers, for he today
That sheds his blood with me
Shall be my brother.”

De Engelsen verrassen de Fransen, in wier rangen 10.000 doden vallen. Aan Engelse kant zijn er maar 30 slachtoffers. “O God, thy arm was here,” zegt Henry.

Boston is de stad waar de Amerikaanse revolutie begon, en waar de immigranten de Britten in de pan hakten. Het begon allemaal met een kleine Tea Party.

Eens: 20 juli 2018
Ergens: Boston, Massachusetts
Camera: Galaxy S8
© Alle rechten voorbehouden

 

So happy together

DSC_0340_Chinesewedding

In 2014 waren wij in Griekenland. Santorini en Mykonos revisited, maar in tegenstelling tot onze huwelijksreis van 1984 hadden we nu drie flink uit de kluiten gewassen kinderen mee. Dat de cycladen romantisch zijn! Dat is ook de Chinezen opgevallen. Het is een favoriete spot om huwelijksfoto’s te maken. Op elk van de eilanden zagen we een koppel dat, in vol ornaat, poseerde; de start van zovele jaren huwelijksgeluk. Dan beeld ik me in hoe die koppels hun reis voorbereidden – bruidsjurk, het pak van de bruidegom, schoenen van een ongetwijfeld sterk merk, en alle spullen die de fotograaf nodig heeft, alles in een paar reuzegrote koffers. En dan denk ik ook: is dat het lot van het Avondland – de plek waar rijke Chinezen komen om mooie foto’s te maken?

Op Mykonos had er een winkelier een bord op de stoep gezet, hij prees aan wat je kon kopen. Van alles en nog wat, zoals shaving things, en haberdashery, en vooral dat laatste woord vond ik toch een beetje verdacht. Net zoals het bord zelf, dat eruit zag alsof het pas onlangs werd beschilderd. Nu ik erover nadenk, dat Kodak film, dat viel toch ook wat te veel op.

Wat verderop, Naxos. We logeerden in een net gebouwd huisje. Rondom ons, tientallen identieke gebouwen. Alleen stonden ze nog in de ruwbouw, en daar was het blijven steken. Crisis. Wellicht hadden de bouwheren  geen geld meer, en had de bank de kraan dichtgedraaid. De mensen van wie we het huis kochten, vroegen of we geïnteresseerd waren om het te kopen. Voor wie begint te dromen: ik zag nergens mooiere stranden dan op Naxis. En je kunt er heerlijk lamsvlees kopen.

Op ónze huwelijksreis was het even anders. Alles in een rugzak, en ter plaatse zoeken bij de plaatselijke bevolking of ze Zimmer frei hadden. Een camera had ik ook mee, een Pentax K1000. En rolletjes film. Jammer genoeg was de selfie nog niet uitgevonden. Als we samen op de foto wilden, moest je een gewillige fotograaf zoeken, en zeggen: hierop  duwen. Ik had er een tactiek voor, om een goede fotograaf uit te pikken: ik keek met wat soort camera hij of zij rondtrok. Maar meestal was het resultaat teleurstellend, en zag je een grote kerk, met ervoor, heel klein, een verliefd, net getrouwd koppeltje. Mocht ik nog eens trouwen, dan neem ik mijn eigen fotograaf mee.

P1070527_Kodakfilm

Deze slideshow vereist JavaScript.

Eens: juli 2O14
Ergens: Santorini, Mykonos, Naxos

© Alle rechten voorbehouden

‘Is dat wel zo?’

 

De lente is overal mooi, maar toch wel héél mooi in Italië. En het grote voordeel is, dat er minder turisti zijn, maar in een stad als Venetië, is dat relatief. Bij de brug der Zuchten is het aanschuiven, maar sla je de hoek om, en ga je op zoek naar het ruiterstandbeeld van Bartolomeo Colleoni van Verocchio, op het mooie pleintje Piazza SS. Giovanni e Paolo, dan kom je in verstilde straatjes en zou je nooit denken dat je in Venetië bent.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Een mooie uitvalsbasis voor Venetië is Padua/Padova, en niets is mooier dan Venetië met de trein binnen te rijden. Maar op zich is Padua ook de reis waard, zoals Michelin zou zeggen, alleen al voor de Scroveginikapel. Maar ik was er getroffen door een klein rijtjeshuis, waar Galileo Galilei woonde van 1592 tot 1610. Galilei kreeg een baan aan de universiteit van Padua, en hij had het hier erg naar zijn zin. Hij verdiende meer dan in Pisa, vooral ook door de bijlessen die hij gaf en de studenten die hij in huis nam.

DSC_0272 pd
Het huis van Galileo Galilei in Padua.

Galilei was katholiek, maar hij leefde ongetrouwd samen. Zijn twee dochters werden vanwege hun onwettige geboorte – niemand zou hen willen trouwen – naar het klooster San Matteo in Arcetri gestuurd. En vanaf 1612 kwam hij in conflict met de Kerk omwille van zijn Copernicaanse wereldbeeld. ‘Eppur si muove!’ (En toch beweegt zij! – namelijk de aarde om de zon) klinkt mooi, maar er is geen enkel bewijs of getuigenis van deze uitspraak. En Galilei zou de eerste zijn om iets waarvan er geen bewijs voorligt, in twijfel te trekken. Toen ik laatst de fysicus Gerard Bodifée hoorde, kwam een indringende vraag van hem terug in mijn geheugen: ‘Is dat wel zo?’

Is dat wel zo? Het is de taak van de wetenschap om steeds weer die kritische vraag te stellen, en laatst had Bodifée kritiek op de dooddoener dat er een consensus is over de oorzaken van de opwarming van het klimaat, als die bewering erop gericht is om het debat onmogelijk te maken. Want wetenschap leeft nu net van discussie, argumenteren, twijfelen en zoeken. Wie bepaalde meningen wil verbieden, denkt niet wetenschappelijk.

Toen we de universiteit van Padua bezochten, vroeg de gidse of er Fiamminghi onder de bezoekers waren, en ja, die waren er. Wel, zo zei deze gidse, de universiteit van Padua is wel vooral beroemd dankzij Galileo Galilei, maar er was hier nog een wetenschapper die net zo belangrijk was, en dat was Andries van Wesele, beter bekend als Andreas Vesalius. Ik heb nooit veel gehad met ‘Ik ben Vlaming en daar ben ik fier op’, maar op dat moment voelde ik toch wel enige trots om landgenoot te zijn van deze Vlaamse wereldburger. Vesalius kreeg in Padua de kans om de lijken van terechtgestelde misdadigers open te snijden, om zo de grondslagen te leggen van de moderne anatomie, een generatie of twee voor Galilei. In de universiteit kun je nog de aula zien waar Vesalius aan zijn studenten de wonderen van het menselijke, maar dode lichaam liet zien.

In de Basilica di Sant’Antonio (denk ik) was ik getroffen door de devote vrouw. In een zijkapel was het aanschuiven om een schrijn aan te raken met een relikwie, als ik me goed herinner van de heilige Antonius van Padua. Plots was het even rustig, en stond die vrouw alleen voor het schrijn, dat ze in tranen met de rechterhand beroerde. Je mocht geen foto’s nemen in de kerk, en ik schroomde enigszins om een dergelijk intiem moment vast te leggen, maar ik deed het toch, stiekem. Ik moest denken aan wat ik lang gelezen las van de populaire filosoof Alain de Botton, die het had over de aantrekkingskracht van het geloof, en over iemand die ondanks alle tegenslagen en mislukkingen in zijn leven, kan opkijken naar een beeld van Maria, en denkt: ziehier iemand die om mij geeft en van mij houdt.

IMG_2207p

Eens: Mei 2016
Ergens: Padua en Venetië
Nikon D90 en iPhone

© Alle rechten voorbehouden

Last Post

img_0182 last post

Ik zag die man ineens, daar, bij de testauto’s. Het personeel mocht de XC40 uitproberen. In een reflex sprong ik op de passagiersstoel.

Ik zag er een verhaaltje in. Verhalen binden een gemeenschap, ook op het werk. Wat me trof, was dat deze man er zou burgerlijk deftig uitzag, met zijn geruite debardeur. Niks fancy, helemaal niet, hij deed me alleen denken aan iemand uit een vervolgen tijdperk. Ik vroeg hem hoe hij heette, en wat hij antwoordde, was een Russisch-klinkende naam, iets dat eindigt op -ov, iets van die aard. Ik noteerde zijn naam – het was Sultan Anasov.

Dus vroeg ik of hij een Rus was. Het antwoord was kort, en ik vermoedde, ook een beetje korzelig. Nee, hij was een Tsjetsjeen. Dat had ik wel kunnen denken, Russen en Tsjetsjenen, dat zijn geen goede vrienden. Goed, ik stelde hem enkele obligate vraagjes, en ook of ik dat op Facebook mocht zetten. Ja, het mocht. En weg reed hij, om het nieuwe model te testen.

Op Valentijnsdag 2018 verscheen deze foto op Facebook. Precies een jaar geleden. Toen had ik nog niets in de gaten. Ik wist niet dat dit mijn Last Post zou zijn. Had ik het geweten, ik had het niet anders aangepakt, denk ik. Hoe het nu met Sultan zou zijn, dàt vraag ik me nu af.

EENS: woensdag 14 februari 2018
ERGENS: Gent, Kanaalzone
Camera: iPhone 8

© Alle rechten voorbehouden.

 

 

 

13 februari, Wimereux en Rouen

DSC_0106 kopie
Interdit de sauter.

Een dag op de kalender is elk jaar iets anders. Neem nu 13 februari. Facebook herinnert mij er vandaag aan. Op die dag, 13 februari 2016, waren we in Wimereux en Rouen. Aan zee stormde het; een bordje waarschuwde: Interdit de sauter. Geen haar op mijn hoofd dat daaraan dacht. De dag nadien was ik ziek, het moet die ene oester geweest zijn, daar in Wimereux, die me misselijk maakte en een diner in een heel fijn restaurant in Rouen om zeep hielp. Het enige dat me smaakte, was een glaasje Saint-Peray, als ik me goed herinner.

En die ijsberen! Weer of geen weer, zwemmen zouden ze, al helpt een laagje vet natuurlijk wel tegen de kou.

Rouen, dat is gothiek, Jeanne d’Arc en Monet. Musea kunnen ongenadig zijn: een Rubens de bonne facture, maar ongeïnspireerd, naast een Caravaggio van een koele, wezenloze schoonheid, Christus die gegeseld wordt. Mozes die ons oproept om van onze Heere te houden, alsook van onze naaste. Een mooie confrontatie: El Greco en Modigliani, maar de reflecties van het glas maken het de bezoeker moeilijk, en daar net naast, een prachtige Velasquez.

Een artieste laat zich inspireren in het Museum van Schone Kunsten, en ik moet denken aan Delphine Boël van Saksen Coburg. Let even op het model – ze maakt een kopie van De schilderende aap, van de achttiende-eeuwse Jean-Baptiste Deshays. Apen die schilderen, je vindt ze in de Vlaamse schilderkunst, het zou een kritiek zijn op schilders die op het doek niets toevoegen aan wat ze zien. Het thema werd later in Frankrijk overgenomen door kunstenaars als Watteau en Deshays.

Monet, natuurlijk, en niet alleen de kathedraal. Ook een nationale feestdag. Als je goed kijkt, zie je ergens op het schilderij: Vive la République. De hel van de Bataclan (november 2015) lag nog vers in het geheugen.

DSC_0193 kopie

Deze slideshow vereist JavaScript.

Eens: 13, 14 en 15 februari 2016
Ergens: Wimereux, Pourville-sur-Mer en Rouen
Camera: Nikon D90

© Alle rechten voorbehouden

Sainte Madeleine, priéz pour nous

Sainte Madeleine

De basiliek in Vézelay, gewijd aan de heilige Magdalena, herbergt een relikwie van deze opmerkelijke vrouw. Ervoor staat een mand met briefjes. Ik bekeek er eentje, en het voelde aan alsof ik het briefgeheim schond. “Sainte Madeleine, priéz pour nous.”

Maria ‘die Magdalena genoemd wordt’ (zo vermeldt Lucas haar) volgde Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem en was aanwezig bij de kruisiging en de graflegging. In het evangelie van Johannes staat dat zij de opstanding van Jezus heeft meegemaakt en dat zij de eerste was die hem zag na de verrijzenis. Dat zij een ‘gevallen vrouw’ zou zijn, een boetvaardige zondares, of een speciale vriendin van Jezus, staat niet expliciet vermeld in de bijbel. Volgens de ene stierf ze in Efeze, een andere bron vermeldt dat Maria Magdalena met Lazarus naar Zuid-Frankrijk zou zijn gekomen en in Aix-en-Provence of in Saint-Maximin werd begraven. Vooral de cultus in de basiliek La Madeleine te Vézelay, waar men sinds de 11e eeuw beweert haar relieken te bezitten, heeft de verering van Maria Magdalena in West-Europa bevorderd.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Eens: januari 2017
Ergens: Vezelay

© Alle rechten voorbehouden.

 

In Flanders Fields

20180506_124638

Ik trek nu regelmatig westwaarts, voorbij Kortrijk, Ieper, tot in Poperinge. Als ik Boezinge passeer, denk ik aan de verhalen van mijn grootvader, vuurkruiser.

Gisteren spitste ik de oren. Het was gedichtendag, en een oud-studiegenoot met zijn roots in Ieper, gooide In Flanders Fields in de ether. Van dit gedicht denkt men vaak dat het een pacifistische boodschap heeft, maar dat klopt niet. Ja, de menselijke offers zijn immens, maar als je wil dat de offers niet tevergeefs zijn: ‘Take up the quarrel with the foe”.

John McCrae was een Canadese legerarts uit Ontario. Toen Groot-Brittannië Duitsland de oorlog verklaarde in 1914, werd Canada, als deel van het British Empire, mee in het conflict gezogen. McCrae, met Schotse roots, verzorgde de gewonden tijdens de tweede veldslag bij Ieper. Een vriend van McCrae, Alexis Helmer, kwam op 2 mei 2015 om het leven, en aangezien er geen aalmoezenier beschikbaar was, zorgde McCrae zelf voor de begrafenis. De dag nadien schreef de arts In Flanders Fields; een vriend stuurde het op naar Engeland. Het werd eerst gepubliceerd in het magazine Punch.

McCrae was liever actief in de vuurlinie dan als arts in het No. 3 Canadian General Hospital bij Boulogne-sur-Mer. Tegen een vriend zei hij: ‘Allinson, all the goddamn doctors in the world will not win this bloody war: what we need is more and more fighting men.’

In de zomer van 1917 kreeg John McCrae last van astma-aanvallen en bronchitis. Zijn ziekte is wellicht het gevolg van het chloorgas dat hij inademde tijdens de Tweede Slag bij Ieper. Hij stierf in januari 2018, op vijfenveertigjarige leeftijd. McCrae ligt begraven in Wimereux, een gemeente ten noorden van Boulogne.

In Montreal is het statige voormalige hoofdgebouw van de Royal Bank of Canada omgevormd tot een hippe café/eettent, Crew Collective and Café. Coole gasten doen coole dingen op hun Macs of smart phones, en je kunt er een café allongé of macchiato bestellen, veganistische scones, een maple ham sandwich, of soepjes met oosterse kruiden. Alles duurzaam, dat spreekt. Crew Café Collective is monumentaal en druk, en ze beweren de beste koffie én de beste wifi te hebben van Vieux Montréal.

Opeens valt mijn oog op een kanjer van een gedenkplaat:

IN MEMORIAM

Men of this bank who gave their lives in The Great War

1914 – 1918.

Ik tel 150 namen. En dan zie ik, rechts van de monumentale trap, nog een dergelijke plaat. Driehonderd jonge kerels, bankbedienden, klerken die, begin twintigste eeuw, de klanten achter hun loket te woord stonden, betalingen regelden, geld in ontvangst namen of uitbetaalden. Driehonderd namen – hoe groot moet deze bank niet geweest zijn? Hoe ging het verder in deze bank na deze verschrikkelijke aderlating van het Canadese bloed op de slagvelden van de Westhoek en Frankrijk? Gingen die jongens liever vechten dan hun tijd te verdoen in een bank terwijl de wereld in brand stond? Take up the quarrel with the foe. Het waren andere tijden. Crew Café wordt nu bezocht door jonge mensen die zich ongetwijfeld niet veel kunnen voorstellen van The Great War.

Ik lepel bedachtzaam mijn soepje op, daar in Crew Collective and Café, en denk aan de driehonderd jongens, en aan hun ouders die op zeker ogenblik een onheilstelegram moeten gekregen hebben. Onze gids, Bernie, vertelt dat er aan de overkant een stukje van de Berlijnse Muur staat. Het oude Europa is ver weg.

Doorgaan met het lezen van “In Flanders Fields”

Those Magnificent Men in their Flying Machines

img_0992

Het vliegtuig van Charles Nungesser en François Coli werd het laatst op het continent gezien op 8 mei 1927, toen het over het strand van Etretat vloog, westwaarts, op weg naar New York.
Beide veteranen van de eerste wereldoorlog stegen die dag op van Le Bourget in Parijs. Hun vliegtuig werd het laatst opgemerkt boven Ierland.

Twee weken later zou Charles Lindbergh in zijn Spirit of Saint Louis de eerste succesvolle vlucht maken, in de omgekeerde richting, van New York naar Parijs.
Het verdwijnen van L’Oiseau Blanc, zoals het vliegtuig heette, was een groot mysterie, en men ging ervan uit dat het ergens, eens, neerstortte in de Atlantische Oceaan. Nu vermoedt men dat beide piloten wel degelijk Newfoundland (mogelijk de eilanden Saint-Pierre-et-Miquelon) bereikten, of misschien wel neerstortten in Maine.

Toen de Duitsers later Frankrijk bezetten, bliezen ze – in 1942 – het gedenkteken voor beide Franse piloten op. De portretten van Nungesser en Coli werden na de oorlog gerecupereerd, en geplaatst op een muur van keien en kiezels. De man met de monocle is François Coli. Hij verloor zijn rechteroog toen hij in 1918 na een missie met zijn vliegtuig tegen een hangar botste.

 

 

 

Eens: 23 augustus 2017
Ergens: Etretat

© Alle rechten voorbehouden

Werkpaarden

20180414_131059 - 14-4-2018 paarden

Eens, heel lang geleden, kreeg ik een subtiel verwijt naar mijn hoofd geslingerd. Er waren luxepaarden, en er waren werkpaarden. Mensen die nadachten en schreven, en anderen, die de handen uit de mouwen staken. Ik had de hint begrepen, en ik vond het niet fair. Het wàs niet fair. Maar goed, bijna vergeten, zeker vergeven.

De foto van deze paarden dateert van 14 april 2018, ergens tussen Belzele en Evergem. Ik reed er langs, en zag dit groepje paarden. Ik stopte, en ik maakte een enkele foto’s. Een jongetje kwam de paarden wat gras toestoppen.

Maanden later, de lente kwam en ging, en ook de zomer, de korte dagen kondigden de winter al aan, en ik zag een ander werkpaard, traagzaam, treurig, stille en stom, de koude Noordzee instappen, voor zijn garnaalvisser.

En nu, de winter al voor één derde gedaan, voel ik de dagen langer worden, en al is het koud en ligt er sneeuw, de lente komt. Traagzaam.

20181102_160819 2-11-2018


EENS: 14 april 2018 en 2 november 2018
ERGENS: Belzele en Koksijde
Foto’s: Galaxy S8.

© Alle rechten voorbehouden.