
’t Is altijd iets met vrouwen, moet men 130 jaar geleden gedacht hebben. Nu is er zelfs eentje die advocaat wil worden!
Marie Popelin (1846-1913) studeerde Rechten aan de Université Libre de Bruxelles, en ze werd zelfs de eerste vrouwelijke doctor in de Rechten. In 1888 vroeg ze toegang tot het beroep van advocaat aan de balie van Brussel, maar dat was andere koek. Het Hof van Beroep te Brussel oordeelde als volgt:
“(…) Attendu que la nature particulière de la femme, la faiblesse relative de sa constitution, la réserve inhérente à son sexe, la protection qui lui est nécessaire, sa mission spéciale dans l’humanité, les exigences et les sujétions de la maternité, l’éducation qu’elle doit à ses enfants, la direction du ménage et du foyer domestique confiée à ses soins la placent dans des conditions peu conciliables avec les devoirs de la profession d’avocat et ne lui donnent ni les loisirs, ni la force, ni les aptitudes nécessaires aux luttes et aux fatigues du barreau ; (…).
Kortom, vrouwen aan de balie… niet geschikt voor deze harde stiel, gezien de relatieve zwakte van hun constitutie. Ze hebben er trouwens geen tijd voor, met dat huishouden en de kinderen. We moeten onze vrouwen beschermen, als het moet, tegen zichzelf!
Kortom, ’t altijd iets met vrouwen. Nu zijn er zelfs die ‘Meer vrouw op straat’ willen zien. Zoals StuBrusselaar Sofie Lemaire. Van alle straten die de naam van een persoon kregen, zijn er maar 15 procent vernoemd naar een vrouw. Toen ik Sofie Lemaire op TV bezig hoorde, wou ik roepen: ‘En de Virginie Lovelingstraat dan?’. Verder dan dat ene voorbeeld kwam ik niet. Tot ik op een fietstochtje Marie Popelin tegenkwam. Gent heeft haar alvast een plaatsje gegeven in het straatbeeld. Niet met een straat, maar met een heuse kaai, in Ledeberg.
Vanaf nu groet ik haar beleefd, als ik er langs fiets. Met advocaten moet je altijd oppassen.











