
Die woensdag… 18 februari. Er was een misverstand. We gingen Karel oppikken, maar hij was net bij ons thuis aangekomen. Op de Heymanslaan maakten we rechtsomkeer, en we reden voorbij het Universitair ziekenhuis. Martine zwaaide. Ik keek op. ‘Ik zwaai naar Riet,’ zei ze, en we werden stil.
We pikten Karel op, en reden naar de Bourgoyen-Ossemeersen. Ik wou wat uitproberen met mijn camera: dubbele opnames. Enkele dagen voordien ging ik wat bewust onscherpe foto’s maken. Een amateur-fotograaf probeert graag wat uit. Ik lees zelfs dat het nu weer in de mode is om met een ouderwetse (!) digitale camera op stap te gaan, in plaats van foto’s te maken met een mobiele telefoon. Ik dacht dat ‘ouderwets fotograferen’ iets was met foto’s maken op film. Waar is de tijd, dat de stijl van de foto ook afhing van het soort film dat je gebruikte, zoals Ilford voor zwart-wit, of Kodak Tri-X Pan.
Maar goed, wat uitproberen, voor de onscherpte had ik een een perfect onderwerp gevonden: riet dat wild beweegt in de wind. Een lage snelheid gekozen, en laat de wind maar waaien. Mooi effect. In de moderne donkere kamer (Lightroom) het beeld nog wat gestileerd, en zo krijg je een mooi resultaat, vind ik. Riet is mooi symbolisch, het beweegt mee met de wind, maar breekt niet. Symbool voor veerkracht, steeds weer de rug rechten na een tegenslag.
Ik bewaarde deze foto en gaf hem de logische naam ‘Riet.jpg’ mee, en toen in dit bestand zag staan, greep het me aan alsof je vastgegrepen wordt door een ijskoude hand in je nek op een hete dag. Riet is natuurlijk een plantensoort uit de grassenfamilie, maar het is ook de naam van een lieve, moedige en wijze vriendin die kortgeleden haar jarenlange strijd tegen kanker verloor. Toen ik deze foto maakte, leefde ze nog. De nacht nadat we naar haar, naar het ziekenhuis zwaaiden, overleed ze.
Zoals riet boog ze zovele keren, zonder te breken, tot voor kort. Lieve Riet, je blijft in onze gedachten, bij het ruisen van het ranke riet, en op alle andere momenten. Vanavond luister ik naar Turn out the stars, en lees ik een gedicht van W. H. (Wystan Hugh, sommige mensen hebben initialen als voornaam) Auden. We zullen je missen.
Funeral Blues (W.H. Auden)
Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone,
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come.
Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message ‘He is Dead’.
Put crepe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves.
He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last forever: I was wrong.
The stars are not wanted now; put out every one,
Pack up the moon and dismantle the sun,
Pour away the ocean and sweep up the wood;
For nothing now can ever come to any good.
Eens: 15 februari 2026
Ergens: Destelbergen






































